Kamferboom (Camphora officinarum)

De Kamferboom is een grote, groenblijvende boom uit de Laurier-familie die tot 30 meter hoog kan kan groeien en tot wel 2000 jaar oud kan worden. In alle opzichten is het dus een kanjer die van nature inheems is in Oost-Azië, van China over Taiwan, Vietnam, Korea, Japan, Maleisië en India. Overal waar er een warm en subtropies klimaat heerst. In Japan -alwaar hij Kusuno-ki wordt genoemd- staan er een aantal eeuwenoude kanjers bij tempels. De Kamferboom staat bekend voor zijn sterke geur. Een geur die niet alleen zijn glanzende, wasachtige bladeren afgeven bij kneuzing, maar waarvan de hele boom letterlijk en figuurlijk van "doordrongen" lijkt te zijn, want ook zijn hout is sterk aromaties waardoor het traditioneel niet alleen gebruikt werd in de Japanse archtectuur, maar ook voor boeddhistiese beelden, kisten en op-bergboxen, omdat het van nature insecten afweert. De boom staat er symbool voor kracht en een lang leven.

In het voorjaar verschijnen een massa kleine ivoorkleurige en welruikende bloesems, waardoor hij in China de naam van de-goed-ruikende-boom of Xiang Zhang heeft. Ze produceren een massa vruchten, die bij rijping er als zwarte bessen (van 1cm grootte) uitzien, en door vogels graag gegeten wor-den. Eenmaal de bessen door het spijsverteringskanaal van vogels gepasseerd zijn, zijn de zaden gereed om te kiemen: het resultaat is een snelle en efficiën-te manier van verspreiding, die ervoor zorgt dat de boom bij aanplanting op een ander kontinent, alras een invasieve soort wordt. Dit is het geval in Australië alwaar hij in 1822 werd geïtroduceerd, als in de Zuidelijke Staten van de USA en Hawaii alwaar hij rond 1875 werd geïmporteerd.

De Kamferboom heeft nog een extra troef in zijn survival-kit: de bladeren bevatten niet alleen stoffen die een sterke insectenwerende geur afgeven, maar ook de kieming van andere planten tegen gaan. Bladeren die van de Kamferboom afvallen, zorgen er dus voor dat de standplaats van de boom ge-vrijwaard wordt van de kieming van andere boom- en plantenzaden, en dus een voorsprong heeft in de kompetitie met andere soorten. In die agressieve komponenten kunnen we een martiale aard herkennen. Dit blijkt ook uit de giftigheid van de boom, en is de reden waarom kamfer NIET inwendig mag ingenomen worden, maar louter als zalf of olie uitwendig moet toegepast wor-den. Kamfer toepassen op open zweren of wondes wordt afgeraden, omdat het dan in de bloedbaan kan terechtkomen.

Men kan in de energie van Kamfer hetzelfde patroon herkennen dat men bvb ook in de plant Valeriaan kan terugvinden: Valeriaan kan TEGELIJK kalme-rend en opwekkend werken. Kalmerend voor deze personen die voornamelijk in hun "bovenpool" zitten -hun kop- en vanuit hun mentale aktiviteit aan ner-vositeit en slapeloosheid lijden,door deze personen meer voeling met de BE-NEDENpool -de buik- te doen krijgen. Maar daarentegen worden mensen die al van aard sterk instinctief en intuïtief zijn door Valeriaan juist nog eens extra geprikkeld. Op dezelfde manier werd Kamfer sedert oudsher en wordt het nog steeds de dag van vandaag gebruikt om de BOVENpool te kalmeren bij hoesten, longontsteking, voor het openen van de longen en het verlichten van astma en van pijn geassocieëerd met ademhalingsproblemen, pijn op de borst en sinuscongestie. Het kommerciële produkt Viks VapoRub bevat Kam-fer en wordt gebruikt als zalf om op de borst te smeren of als inhaleringsmid-del bij verkoudheid met veel slijm en een verstopte neus. Kamfer wordt ook aangewend in balsems bij spierpijn, rugpijn , koude rillingen en ontstekings-stoornissen zoals reumatiese aandoeningen en neuralgieëen. Ook in Tijger-balsem zit Kamfer. Zijn kalmerende invloed werd destijds dusdanig hoog in-geschat, dat Kamfer in de 18e eeuw werd gebruikt als ingrediënt van para-goric: een opium-kamfer-tinctuur ontwikkeld voor de behandeling van hoest en diarree. Zeker bij ziekten met hoge koorts zoals typhus en longontsteking kon men vroeger vaak niet meer doen dan het voorhoofd afkoelen en de borst met kamferessence inwrijven om het ademen toch een beetje te proberen ver-lichten.Tot in de 19e eeuw werd het als een soort panacee gebruikt in de huis-apotheek oa om pijnlijke tandjes, slijmhoest en longinfecties te kalmeren. Opgelost in alcohol werd het gebruikt om de cholera-epidemies van Napels in 1854 te behandelen. Het raakte buiten gebruik na de regulering van opium in de 20e eeuw.

Aan da andere kant kan Kamfer dus ook opwekkend werken, getuige daarvan het feit dat het bij sommige mensen een allergiese uitslag kan veroorzaken, en dat het de bloedsomloop stimuleert in gevallen van hartfalen. De Chinezen ge -bruikten Kamfer om mensen die flauwgevallen zijn of bewusteloos zijn gewor -den "nieuw leven" in te blazen, zij het dan in een zeer kleine dosis. Want een hoge dosis veroorzaakt misselijkheid, braken, verbranding van mond-keel, en uiteindelijk spierschokken en convulvies tot en met epileptiese spasmen.

In de klassieke homeopathie wordt het middel Camphora gebruikt acute, diepwerkende "krisissen", zoals acute uitputting, shock en extreem koude-ge-voel waarbij het bloed is weggetrokken uit de ledematen. Een gevoel dat dik-wijls intreedt bij het begin van een zware verkoudheid met een fysieke "shut-down", bleke huidskleur en rillingen vanuit een koude-gevoel en krampen in de ledematen. Wat dat doet verbeteren in warmte -yang- in al zijn vormen: aan het vuur gaan zitten, warme thee of grog drinken. En dus ook Kamfer toe-dienen in een homeopatiese verdunning.

Een bekend broodje-aap-verhaal was, dat er vroeger Kamfer in de koffie of thee van soldaten werd gemengd om hun sexuele drift te remmen. Dit is een mythe: vaak smaakte hun koffie gewoon slecht, want naar de metalen ketels waarin ze werden gemaakt, of met een nasmaak van zeepresten of de toenma-lige rantsoenen. Wat wel waar is, is dat Kamfer werd gebruikt om irritaties van de genitaliën of de pijn van aambeien te verlichten. Dat zijn Schorpioen -lichaamsdelen, zodat hiermee de Kamferboom zijn energie aangeeft: het is een Schorpioen-boom. Het feit dat hij in wezen ook een giftige boom is, be-vestigt dit. Wat in een hoge dosis vergif is, kan in lagere dosissen een medi-cijn zijn, is niet alleen het basis-principe van de homeopathie, maar ook de konkrete realiteit van de Schorpioen-energie.

Het woord "kamfer" is afgeleid van het Franse "camphre", dat zelf weer een verbastering is van het Latijnse "camfora", dat afgeleid is van het Arabiese "kafur", dat afgeleid is van het Maleisiese "kapur". Want de Maleisiese hande-laren van wie kooplieden uit het Midden-Oosten en Europa de kamfer betrok-ken, noemden de stof "krijt" vanwege zijn witte kleur. De winning ervan is op zich eenvoudig: het hout, de bast, de takken en de wortels van de Kamfer-boom worden versnipperd en vervolgens verhit in een ketel. Via stoomdestil-latie sublimeert (van vaste vorm direct naar gasvorm) de kamfer, stijgt op met de stoom, om door afkoeling vervolgens neer te slaan tot witte kristalletjes. Inde tijd dat kamfer een belangrijke stof was, was de teelt en produktie van Kamfer-hout dus belangrijk: tot WO2 was het wereldverbruik van kamfer on-geveer 5000 ton per jaar, waarvan 80% afkomstig was van Taiwan -het vroe-gere Formosa-. Met name het verbruik tijdens de burgeroolog in de USA was zo groot, dat ze daar alles opkochten. Om die monopolisatie van de kamfer-handel door de USA te doorbreken, viel Japan Formosa binnen en veroverde het. Waardoor Japan de kamferhandel van 1895 tot 1945 in handen had.