Art 16
Overdenkingen bij de dood van mijn moeder
RUBRIEK: Bewustzijn    Geplaatst op 27 september 2012

Het woord "sterven" uitspreken, is blijkbaar het laatste taboe.

In het ziekenhuis begeleid men de terminale patiënten in hun "laatste reis", maar men neemt het taboe-woord niet in en uit zijn mond. Bij mijn vrouw heette dat, dat "ze tegen heel wat moest optornen"; en voor mijn moeder werd dit omschreven in eufemistiese bewoordingen, zonder echt haar ware toestand te vermelden. Het was telkens ikzelf die de realiteit van het begrip moest laten vallen. Voor mijn vrouw met de vraag aan een kordate nachtverpleegster "Heb je al iemand uit zo'n toestand we-ten terugkeren?" (met het eerlijk antwoord "neen" erop). En voor mijn moeder dan: " Mijn moeder komt naar huis om te sterven".

Ik neem aan dat het erg moeilijk en delikaat ligt om zulk slecht en onomkeerbaar nieuws te brengen, maar door de realiteit te omfloersen, verhindert men eigenlijk wel dat men naar dat afscheid kan toeleven. Ik spreek dan niet over patiënten die in de palliatieve liggen, maar over alle andere zwaar zieken op andere afdelingen. Het is geen publiek geheim dat er bijvoorbeeld op de geriatrie minstens evenveel patiën-ten sterven, als op de palliatieve; niet in het minst omdat er bij deze laatste niet altijd voldoende plaats is om er iedereen te kunnen opvangen.

Ik heb ook geprobeerd om in overleg met mijn moeder, haar afscheid te laten nemen van de mensen die ze nog eens wou zien. Maar ook dát lag weer moeilijk: de meesten weigerden het als een definitief afscheid te zien, en probeerden dat te ontkennen met allerhande "uitvluchten" als "Ik had haar toestand veel erger verwacht", tot een "Ze was nog zeer goed bij geest; ze kan nog een tijd verder zo!".

Andermaal was ik het dan weer die duidelijk moest stellen: " Mijn moeder is sterven-de; zien jullie dat dan niet?" "Hoe kan jij dat nu weten?" "Haar energie loopt sterk achteruit; ze zal op 18 september sterven." Die datum omdat precies de energie van dan zeer negatief geladen zou zijn, en om aan dat vervelend "uitstellen in de tijd" een einde te maken. Want als je tijd erg uitgemeten begint te worden, is het laatste wat je nodig hebt beunhazerijen waardoor je tijd verliest; in het oog van de dood is men ge-diend met oprechtheid, en niet met die typiese vermijdingstechnieken of sociale spelletjes. Het is trouwens vaak op die manier dat "dierbaren" verhinderen dat de stervende afscheid van hen kan nemen: ze willen hem of haar zo lang mogelijk "bij zich houden".

De dood komt dan schijnbaar "plots", waardoor het niet meer mogelijk is de realiteit te ontkennen. Twee erg bezwarende problematieken worden hierdoor gecreëerd met name vooral door atheïsten. De eerste komt hierop neer: als dit stoffelijk leven het enige is wat bestaat, en er dus bij het sterven niets overblijft, dan heeft men er alle "belang" bij om ten koste van alles zich zo lang mogelijk aan dit leven vast te klam-pen. Dit plaatst de stervende voor de kontradiktie van aan de ene kant best te voe-len dat zijn tijd gekomen is, maar het aan de andere kant tegelijk ook te blijven ont-kennen om zowel zichzelf als zijn omgeving te "sparen" voor dat ultieme "niets". Men schuift daardoor zijn sterven zowel als het afscheid voor zich uit in de tijd, alsof men daar nog zou kunnen in schuiven. Dat is geen goede psychologiese instelling om met zijn stervensproces mee te zijn en zijn leven in sereniteit af te ronden. Men weet dat zijn einde nakend is, maar probeert het tegelijk te ontkennen. De mediese behande-ling, die het sterven voornamelijk als een lichamelijk gebeuren benadert, speelt hier dan ongewild op in. Men sterft eigenlijk vrij anoniem in een ziekenhuis, en daarom was het de laatste wens van mijn moeder om thuis te kunnen sterven. Ze had zich zo aan dat verlangen opgetrokken, dat ze heeft "volgehouden" tot ze thuis was: amper 2 uren nadat ze er terug was, is ze overleden. Eenmaal thuis, kon ze zich laten gaan.

Het tweede probleem dat hierdoor veroorzaakt wordt voor de achterblijvenden: men heeft het onvermijdelijke proces van afscheid ook zo blijven uitstellen, dat het dan uiteindelijk moet plaats vinden tijdens de uitvaart. Terwijl die uitvaart de afslui-ting zou moeten zijn van een proces, is het voor velen slechts het begin. Daardoor wordt het belang van die uitvaart overschat. Ik heb mijn moeder in haar laatste levensjaar dusdanig stap voor stap begeleid, dat ik mét haar door het hele proces ben geweest en "onderweg" beetje bij beetje afscheid van haar heb genomen. Ik was ermee "klaar", en had op de uitvaart zélf "geen verdriet meer". Het uitvaart-ceremo-niëeel biedt dus geen echt soelaas voor hen die geen afscheid hebben genomen; dat probleem blijft dus. Vandaar dat dezelfde problematieken bij elk "nieuw" sterven te-rugkeren, daar waar men die bij zijn laatste afscheid of beter niet-verwerking had la-ten liggen. Bij de dood van de moeder van mijn vrouw, werd ik opnieuw gekonfron-teerd met het gemis aan verwerking van de dood van mijn vrouw bij haar familie, twee jaar daarvoor.

Het regent ook gemeenplaatsen op het einde van zijn leven. Maar noch de stervende is daarmee gediend, want die verlangt een persoonlijkere, "intiemere" afsluiting; en noch de "dierbaren" zijn daarmee gediend, want men kan geen leed en smart "delen", hoe goed bedoeld ook, met clichées. Woorden schieten tekort? Komaan zeg: zeg wat je te zeggen hebt!
Naar het uitvaartritueel komen, vergt natuurlijk persoonlijk veel minder van iemand, dan oog in oog met de stervende afscheid komen nemen. Ik en mijn broer hebben eerder een herdenking ter hare ere georganiseerd: op de plaats waar onze moeder 65 jaar lang gewoond en geleefd had, werd iedereen die haar had gekend uitgenodigd om een glas op haar te drinken en een anekdote over haar te vertellen. Heel wat mensen zijn weg gebleven uit schrik voor dat laatste. Een uitvaartritueel uitzitten, is immers "veiliger", dan "een persoonlijke bijdrage" te moeten leveren. Vieren we alzo het leven? Accepteren we aldus onze sterfelijkheid? Hebben we daarvoor de sixties meegemaakt? Zijn we muizen of mensen?

Voor CÚciles weblog: Klik hier